
De medische behandeling van een ernstig ziek driejarig meisje in het Maastricht UMC+ wordt komende dinsdag gestaakt. De ouders wilden nog in hoger beroep, maar het ziekenhuis houdt die datum aan. Het hoger beroep zou dinsdag niet halen.
Het meisje heeft een zeldzame genetische ziekte. Ze wordt sinds eind februari in leven gehouden door kunstmatige beademing. De artsen willen de behandeling stoppen omdat het meisje “uitzichtloos lijdt”. De ouders hoopten via de rechter verdere behandeling af te dwingen, maar de artsen zijn in het gelijk gesteld.
De advocaat van de ouders vertelt aan L1Nieuws dat ze vrijdag nog besloten om in hoger beroep te gaan “in een laatste poging hun dochtertje in leven te houden”. Maar het ziekenhuis gaf aan dat 15 juli de einddatum blijft.
De artsen hoeven niet te wachten op een hoger beroep, legt hoogleraar gezondheidsrecht Johan Legemaate uit aan NU.nl. “In andere situaties is het vonnis pas definitief wanneer het hoger beroep is geweest. Maar in dit specifieke geval zou dat toch een beetje ingewikkeld worden voor het ziekenhuis”, vertelt Legemaate. “Je wil het lijden van dat meisje niet oneindig verlengen.”
De ouders hebben daarom besloten zich bij het vonnis neer te leggen. “Ze stonden voor de keuze: doorgaan met een juridische strijd, of loslaten en de tijd nemen om afscheid te nemen van hun dochtertje”, zegt hun advocaat. “Ze hebben voor dat laatste gekozen.”
Hoger beroep had geen andere uitkomst gebracht
Het ziekenhuis had alleen nog niet mogen stoppen met de behandeling als de rechter daar iets over had gezegd. “Maar dat lag niet voor de hand”, zegt hoogleraar Legemaate.
“Een van de kernpunten van de uitspraak was namelijk dat het voortzetten van de behandeling eigenlijk medisch zinloos is. En ook dat het meisje ernstig lijdt. Dan zou je dus eigenlijk zeggen dat je maar moet blijven lijden tot het hoger beroep is geweest. Dat is natuurlijk ook een beetje gek.”
Het ligt volgens Legemaate ook niet voor de hand dat het resultaat in hoger beroep anders zou zijn. “De rechters gaan natuurlijk af op de medische deskundigheid, dat kan niet anders. En de medische informatie wijst er heel overtuigend op dat er geen andere beslissing mogelijk was.”