
Bij grote natuurbranden in het zuiden van Cyprus zijn twee mensen omgekomen. Honderden mensen zijn geëvacueerd. De temperatuur liep er woensdag op tot 43 graden. Door de sterke wind is het vuur moeilijk onder controle te krijgen.
Het vuur ontstond woensdag in de bergen vlak boven de stad Limassol, in het zuiden van het eiland. De brand verspreidde zich snel door de hoge temperaturen en harde wind. Naar verwachting wordt het vuur donderdag alleen maar erger, omdat er tempraturen van 44 graden zijn voorspeld.
In de nacht van woensdag op donderdag zijn twee lichamen gevonden in een uitgebrande auto tussen de dorpen Monagri en Alassa. Nog eens vijftien mensen zijn gewond geraakt door de branden, schrijven lokale media. Ook zijn huizen verwoest en zitten vijftien dorpen zonder elektriciteit.
Verder proberen de autoriteiten mensen te evacueren in de buurt van Lofou, zo’n 26 kilometer van waar de brand is ontstaan. Die evacuatie is nog niet gelukt.
In het dorp was een groep mensen vast komen te zitten op het plein van een basisschool. De politie wilde hen daar weghalen met bussen, maar die reden tegen een “muur van vuur” aan en moesten terugkeren. Ongeveer dertig mensen hebben de nacht doorgebracht op het schoolplein.
Watervoorraden raken op
Blusvliegtuigen moesten woensdagavond stoppen met hun werkzaamheden toen het donker werd, maar stijgen donderdagochtend weer op. Cyprus heeft om hulp gevraagd bij de Europese Unie. Spanje heeft toegezegd twee blusvliegtuigen te sturen. Ook Jordanië springt te hulp.
Het eiland onder Turkije heeft door de hoge temperaturen last van droogte. De watervoorraad begint op te raken, schrijft persbureau Reuters. De brandhaard bevindt zich vlak bij het grootste waterreservoir van het eiland. Die is momenteel voor 15 procent gevuld.