
De Chinese Yu Zidi heeft zondag op de openingsdag van de WK langebaan in Singapore de aandacht opgeëist. De zwemsensatie maakte op twaalfjarige leeftijd haar debuut en deed het niet onverdienstelijk.
Yu valt in China al langere tijd op met indrukwekkende tijden en ging op de WK van start in de series van de 200 meter wisselslag. Ze klokte 2.11,90. Die tijd was net genoeg om door te gaan naar de halve finales.
Later op de WK gaat Yu ook van start op de 200 meter vlinderslag en de 400 meter wisselslag. Naar verwachting heeft ze op die twee onderdelen meer kans om ver te komen. Ze kwalificeerde zich met tijden waarmee ze op de Olympische Spelen van vorig jaar net naast het podium zou eindigen.
Mocht Yu op een van de individuele onderdelen een medaille pakken, evenaart ze een record uit 1936. Toen won de Deense Inge Sørensen op de Olympische Spelen een bronzen medaille op de 200 meter schoolslag. Sørensen was destijds pas net twaalf jaar.
Sørensen is de jongste ooit met een individuele zwemmedaille op een mondiaal toernooi. Eigenlijk heeft de internationale zwembond een minimumleeftijd van veertien jaar, maar in uitzonderlijke gevallen wordt er een uitzondering gemaakt. Dat is in het geval van Yu gebeurd.
Caspar Corbeau bereikte de halve finales van de 100 meter schoolslag.
Ook was er volop Nederlandse inbreng op de openingsdag van de WK. Caspar Corbeau plaatste zich voor de halve finales op de 100 meter schoolslag. Dat deed de 24-jarige Amerikaanse Nederlander met een tijd van 59,03. Hij ging daarmee als vierde door.
De halve finales staan later op zondag op het programma. Corbeau eindigde bij de WK van vorig jaar op de zevende plaats op de 100 meter schoolslag. Op de Olympische Spelen van Parijs werd hij achtste. Corbeau veroverde op de dubbele afstand in Parijs de bronzen medaille.
Nyls Korstanje en Sean Niewold bereikten de halve finales van de 50 meter vlinderslag. Korstanje zette met 22,96 de vijfde tijd neer. Niewold zwom met 23,21 de twaalfde tijd. Tessa Giele plaatste zich als tiende voor de halve finale op de 100 meter vlinderslag. Ze kwam tot een tijd van 57,56.
De zwemsters op de 4×100 meter vrije slag kwalificeerden zich met de derde tijd voor de finale later op zondag. Milou van Wijk, Femke Spiering, Sam van Nunen en Marrit Steenbergen kwamen tot een tijd van 3.35,47. Alleen Australië en de Verenigde Staten waren sneller.