
In Brussel zijn de afgelopen dagen gezinnen met jonge kinderen op straat beland als gevolg van de recent aangescherpte asielwetgeving.

Vluchtelingenwerk Vlaanderen slaat alarm en noemt de situatie schrijnend. De organisatie vraagt de regering met klem om de nieuwe regels terug te draaien, omdat volgens hen vooral de meest kwetsbare mensen hierdoor getroffen worden.
Schrijnende situaties in het centrum van Brussel
Medewerkers van Vluchtelingenwerk Vlaanderen troffen donderdag verschillende gezinnen aan die hulp zochten. Onder hen bevond zich een Afghaans gezin met drie jonge kinderen.
Voor hen kon geen noodopvang worden geregeld. Volgens een medewerkster stonden de ouders er volledig verloren bij. Even later werden zij opnieuw gezien, dit keer op straat in de buurt van de Kleine Ring, midden in het drukke verkeer.
De moeder probeerde wanhopig haar kinderen weg te houden van de langsrazende auto’s. De kinderen waren moe, bang en duidelijk gedesoriënteerd.
Het gezin had geen idee waar het naartoe kon. Zulke situaties zijn volgens Vluchtelingenwerk Vlaanderen een direct gevolg van het huidige asielbeleid.
Nieuwe asielwetgeving sinds augustus
Op 4 augustus zijn in België strengere asielregels van kracht geworden. De wijzigingen werden doorgevoerd door minister van Asiel en Migratie, Anneleen Van Bossuyt (N-VA).
De kern van de nieuwe wet is dat asielzoekers geen recht meer hebben op opvang in België wanneer zij al in een andere Europese lidstaat bescherming hebben gekregen.
De maatregel is bedoeld om zogenoemd “asielshoppen” tegen te gaan. Dit verwijst naar het verschijnsel waarbij asielzoekers na een positief besluit in één Europees land alsnog doorreizen naar een ander land in de hoop daar betere leefomstandigheden of voorzieningen te vinden.
Dubbele straf voor kwetsbare asielzoekers
Volgens Vluchtelingenwerk Vlaanderen pakt deze maatregel bijzonder hard uit voor mensen die al in een zeer kwetsbare positie verkeren.
De organisatie stelt dat veel van deze asielzoekers in landen als Griekenland weliswaar formeel bescherming krijgen, maar dat zij daar geen toegang hebben tot basisvoorzieningen zoals werk, huisvesting of onderwijs. Hierdoor leven zij vaak onder erbarmelijke omstandigheden.
Omdat hun situatie uitzichtloos is, reizen sommigen verder naar andere Europese landen, waaronder België.
Daar lopen zij echter direct tegen de nieuwe wet aan: ze krijgen geen recht op opvang, simpelweg omdat zij al ergens anders een status hebben.
Volgens Vluchtelingenwerk betekent dit dat mensen in feite dubbel gestraft worden – eerst door het gebrek aan hulp in het land dat hen bescherming gaf, en daarna door de deur die in België voor hen dichtgaat.
Reactie van de minister
Minister Van Bossuyt verdedigt de nieuwe regelgeving. Op Radio 1 verklaarde zij dat de maatregel noodzakelijk is om de opvang in België te garanderen voor mensen “die er echt recht op hebben”.
In haar ogen zorgt het beperken van de instroom van mensen met al bestaande bescherming ervoor dat de beschikbare opvangplaatsen eerlijker verdeeld worden.
Vluchtelingenwerk Vlaanderen ziet dat echter anders. Volgens hen worden juist de meest kwetsbare groepen getroffen, waaronder gezinnen met jonge kinderen. De organisatie benadrukt dat een kind nooit op straat zou mogen belanden, ongeacht de juridische status van de ouders.
Kinderen in de kou
De beelden en verhalen uit Brussel laten zien dat de gevolgen van de wet direct voelbaar zijn. Kinderen slapen in de buitenlucht, vaak zonder voldoende bescherming tegen weersinvloeden.
Naast de fysieke risico’s is er ook de mentale impact: jonge kinderen worden blootgesteld aan stress, angst en onzekerheid. Dit kan langdurige gevolgen hebben voor hun welzijn en ontwikkeling.
Hulporganisaties wijzen erop dat België zich internationaal heeft verbonden aan het beschermen van kinderrechten. De huidige situatie lijkt daar haaks op te staan. Volgens hen is het ontoelaatbaar dat beleid ertoe leidt dat minderjarigen zonder onderdak op straat moeten leven.
Geen oplossing via noodopvang
Een van de pijnlijke constateringen van Vluchtelingenwerk Vlaanderen is dat er voor deze gezinnen geen directe noodopvang beschikbaar is.
Vaak zitten bestaande opvanglocaties vol, of worden mensen geweigerd vanwege de nieuwe wettelijke uitsluitingsregels. Dit betekent dat hulpverleners in sommige gevallen niets anders kunnen doen dan mensen terug de straat op sturen, ondanks hun evidente noodsituatie.
Dit gebrek aan vangnet zorgt voor grote frustratie bij organisaties die zich inzetten voor vluchtelingen en asielzoekers. Zij pleiten voor meer flexibiliteit in de wet en uitzonderingsposities voor gezinnen met kinderen.
Oproep tot verandering
Vluchtelingenwerk Vlaanderen vraagt de federale regering om de “hardvochtige” maatregel terug te draaien. Volgens hen kan de strijd tegen asielshoppen ook worden gevoerd zonder gezinnen met kinderen de toegang tot opvang te ontzeggen.
Een van de voorstellen is om eerst te kijken naar de feitelijke leefomstandigheden in het land van eerste opvang, in plaats van blind te varen op de formele status.
Daarnaast pleiten zij voor nauwere samenwerking tussen Europese lidstaten, zodat bescherming ook daadwerkelijk betekent dat mensen toegang hebben tot de basisbehoeften die nodig zijn om een menswaardig bestaan op te bouwen.
Maatschappelijke discussie
De kwestie raakt aan een bredere discussie over asielbeleid in Europa. Enerzijds is er de druk om migratiestromen beheersbaar te houden en misbruik van het systeem te voorkomen. Anderzijds is er de morele en juridische plicht om mensen in nood te beschermen, zeker wanneer het gaat om kinderen.
In de publieke opinie lopen de meningen sterk uiteen. Voorstanders van strenger beleid wijzen op de druk op opvangcapaciteit en de noodzaak om duidelijke grenzen te stellen. Tegenstanders vinden dat het beleid te kil is en onvoldoende oog heeft voor de menselijke kant van migratie.
De realiteit op straat
Ondertussen speelt de realiteit zich af buiten de vergaderzalen en beleidsdocumenten. In Brussel en andere steden leven mensen zonder onderdak, waaronder gezinnen met kinderen. Zij zijn afhankelijk van de hulp van vrijwilligers en goede doelen, die vaak zelf met beperkte middelen moeten werken.
Het verhaal van het Afghaanse gezin is illustratief voor de gevolgen van de nieuwe wet. Zonder opvang, zonder duidelijke opties en midden in een onbekende stad proberen zij te overleven. De vraag is of deze situatie houdbaar is, zowel praktisch als moreel.
Conclusie: tussen beleid en menselijkheid
De nieuwe asielregels in België hebben in korte tijd geleid tot zichtbare en ingrijpende gevolgen. Terwijl de overheid de nadruk legt op het beschermen van de opvangcapaciteit voor bepaalde groepen, ervaren organisaties in het veld dat juist de meest kwetsbaren nu buiten de boot vallen.
De oproep van Vluchtelingenwerk Vlaanderen is helder: heroverweeg de regels, want een kind hoort nooit op straat te slapen.