
De 39-jarige vrouw die dinsdag in Gouda is doodgeschoten, zou ondergedoken hebben gezeten in een blijf-van-mijn-lijfhuis. Daar zat zij vermoedelijk uit angst voor haar ex-partner, de verdachte. Dat melden meerdere bronnen.
De vrouw werd dinsdagmiddag doodgeschoten in Gouda. De verdachte, haar 53-jarige ex-partner uit Eindhoven, sloeg op de vlucht. Hij werd ‘s avonds zwaargewond aangetroffen in Scheveningen, waar hij overleed aan zijn verwondingen. De politie vermoedt dat hij zich van het leven heeft beroofd.
Volgens socialemediaberichten die vermoedelijk door de man zijn geschreven, zouden de twee zo’n negen jaar samen zijn geweest. Ze kregen samen twee kinderen, maar waren sinds enige tijd uit elkaar. Uit zijn Facebook-berichten blijkt dat de man woedend was op de vrouw, omdat hij zijn kinderen al weken niet zou hebben gezien.
De man schreef te vermoeden dat zijn ex-partner met hun kinderen in een blijf-van-mijn-lijfhuis zat. Zo’n huis is een veilige en anonieme locatie waar iemand die te maken heeft met (ernstig) huiselijk geweld of bedreiging kan onderduiken. De man vroeg op sociale media om informatie over de verblijfplaats van de vrouw.
Het Openbaar Ministerie (OM) van Oost-Brabant bevestigt tegenover NU.nl dat de vrouw op 2 juni aangifte heeft gedaan tegen haar ex-partner. Hij is aangehouden wegens wapenbezit en mishandeling van zijn ex-partner. Hij is op 5 juni voorgeleid aan de rechter-commissaris en toen twee weken vastgehouden voor wapenbezit.
Het OM is bezig met het opstellen van een tijdlijn, samen met de politie. “Zo zien we wat we er voor, tijdens en na deze gebeurtenis is voorgevallen”, zegt de woordvoerder.