
De Ierse regering heeft een wetsvoorstel ingediend dat de import van producten van Israëlische kolonisten op de bezette Westelijke Jordaanoever verbiedt. Premier Micheál Martin benadrukt dat deze wet vooral symbolisch is en gebaseerd op een oordeel van het Internationaal Gerechtshof, dat landen oproept niet bij te dragen aan de illegale bezetting. Ierland zou daarmee het eerste EU-land zijn dat zelfstandig zo’n stap zet. Het voorstel stuit op felle kritiek vanuit de Verenigde Staten, waar politici als senator Lindsey Graham en congresvoorzitter Lisa McClain spreken van gevaarlijke economische isolatie van Israël en zelfs van ‘extreme antisemitische haat’.
De Amerikaanse bezwaren worden mede ingegeven door de aanwezigheid van grote Amerikaanse multinationals, zoals Google en Apple, die belastingvoordelen genieten via hun hoofdkantoren in Ierland. De invoering van een boycot tegen Israëlische kolonisten kan deze bedrijven mogelijk dwingen Amerikaanse antis-BDS-wetten te overtreden, die boycots tegen Israël verbieden en kunnen leiden tot hoge boetes. Deze wetgeving geldt ook voor Amerikaanse bedrijven die zich in het buitenland aan lokale boycotregels houden, wat leidde tot waarschuwingen dat bedrijven mogelijk uit Ierland zouden vertrekken.
Premier Martin weigert toe te geven aan de Amerikaanse druk en wijst op het onrecht en geweld op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza, evenals op het recht op druk uitoefenen op Israël in lijn met internationaal recht. De wet moet een duidelijk signaal afgeven, ondanks de mogelijke economische gevolgen. Ierland wordt gezien als een van de toonaangevende landen in Europa die kritisch is op het Israëlische beleid. Het wetsvoorstel weerspiegelt ook de historische paralellen die veel Ieren zien tussen hun verleden met Britse overheersing en de huidige situatie van de Palestijnen. Vorig jaar erkende Ierland al Palestina formeel als staat, waarmee het zijn kritische koers ten aanzien van Israël heeft verstevigd.