
Ruim 7000 kinderen verblijven momenteel in noodopvanglocaties voor asielzoekers, waarvan de omstandigheden dringend en op korte termijn moeten verbeteren, waarschuwen drie Nederlandse inspectiediensten gezamenlijk in een brief aan de betrokken ministeries. Ondanks eerdere waarschuwingen in 2023 constateren de Inspectie Justitie en Veiligheid, de Inspectie van het Onderwijs en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd nog steeds onvoldoende vooruitgang. Kinderen verblijven gemiddeld acht maanden in noodopvang, terwijl zes maanden als maximum geldt, wat negatieve effecten heeft op hun welzijn en integratiekansen.
De afhankelijkheid van deze tijdelijke opvangvormen neemt toe; het aantal kinderen in noodopvang is bijna verdubbeld sinds de vorige oproep. Ze worden vaak ondergebracht op schepen, in omgebouwde evenementenhallen of leegstaande kantoren, wat gepaard gaat met frequente verhuizingen en belemmeringen in toegang tot zorg en onderwijs. Tegelijkertijd kunnen beleidsplannen zoals het intrekken van de Spreidingswet en beperkingen op huisvesting voor statushouders de situatie verergeren.
Het ministerie van Asiel en Migratie erkent het probleem, maar ziet het verminderen van de instroom als enige duurzame oplossing, hoewel deze maatregelen nog niet actief zijn en moeilijk voorspelbaar blijven. Hierdoor bestaat het risico dat de opvangketen langdurig en kostbaar onder druk blijft staan. Bovendien blijkt noodopvang kwalitatief slechter en twee tot drie keer duurder dan reguliere opvang, wat de urgentie van structurele verbeteringen en investeringen onderstreept.