
Twee jaar na de fatale steekpartij door Jamel L. in Den Haag, waarbij AH-medewerkster Antoneta om het leven kwam, blijkt de zorg voor daklozen met ernstige psychiatrische problemen nauwelijks verbeterd. Ongeveer 1500 ‘verwarde personen’ in Nederland, vergelijkbaar met Jamel, kampen met complexe problematiek en kunnen een gevaar vormen, maar vinden zelden passende hulp, mede doordat zij vaak zelf zorg mijden.
Het verhaal van Willem, een jonge dakloze uit Den Haag met psychische klachten, illustreert deze schrijnende situatie. Willem’s toestand verslechtert zichtbaar; na aanvankelijk wat stabiliteit te hebben ervaren, leeft hij nu op straat, worstelend met pijn en psychische ontregeling. Cliëntondersteuner Ron Staallekker van het Straat Consulaat maakt zich grote zorgen, omdat Willem steeds agressiever gedrag vertoont en de hulpverlening hem nauwelijks kan bereiken. Pogingen tot tijdelijke opname strandden doordat zijn problematiek niet ernstig genoeg werd bevonden, waardoor hij wederom zonder adequate begeleiding op straat belandt.
Diverse hulporganisaties, zoals de Haagse soepbus, straatverpleegkundigen en het Leger des Heils, signaleren een stijgende groep daklozen met psychische problemen die moeilijk te huisvesten en te behandelen zijn. De lange wachttijden en bezuinigingen in de klinische geestelijke gezondheidszorg verergeren het probleem. Bovendien vormt het naleven van privacyregels een grote belemmering in het delen van cruciale informatie tussen hulpverleners, wat nodig is om risico’s tijdig in te schatten en passende zorg te bieden.
De gemeente Den Haag erkent het urgente probleem en lobbyt bij het rijk voor betere voorzieningen, maar concrete resultaten blijven achterwege. Zo is de beloofde nachtopvang voor daklozen met ernstige problematiek, aangekondigd vlak voor Antoneta’s dood, nog niet gerealiseerd. Data-uitwisseling tussen instanties blijft stroef vanwege ontbrekende richtlijnen rond privacy, waardoor hulp vaak versnipperd en traag is.
Staallekker benadrukt dat deze mensen steeds verder van de samenleving worden buitengesloten en terechtkomen in een neerwaartse spiraal, terwijl gedwongen zorgalinea’s vooralsnog moeilijk te effectueren zijn door de strikte zelfbeschikkingsrechten. De balans tussen individuele vrijheid en maatschappelijke veiligheid blijft een groot dilemma, terwijl slachtoffers zoals Antoneta de ultieme prijs betaalden.
Deze schrijnende situatie toont aan dat ondanks onderzoeken en beloften, er nog altijd een grote kloof bestaat in effectieve zorg en bescherming van kwetsbare daklozen met psychiatrische problemen, waarbij menselijk leed en veiligheidsrisico’s onafwendbaar hand in hand gaan.